Omgangsprotocol

Omgangsprotocol

Doel is dat iedereen zich prettig en veilig voelt op school. Daarom besteden wij regelmatig aandacht aan het pedagogische en sociaal klimaat in en rond de school. Omgangsvormen en pleinregels worden aan het begin van iedere schooljaar opnieuw doorgenomen (en eventueel aangepast) in de lerarenvergadering en met de kinderen. Het sociale klimaat blijft in de aandacht en zo nodig wordt het omgangsprotocol aangepast, per klas of voor de hele school.

Ook in een veilige school valt het echter nooit uit te sluiten dat er sprake is van plagen, van vervelende grapjes of van een begin van pesten. Het is belangrijk te onderkennen dat er altijd gepest zal worden. Het hoort bij het schoolleven en hoewel ongewenst, is het van belang om pesten toch als een “normaal” verschijnsel tegemoet te treden. Wel zullen wij altijd ingrijpen in pestsituaties.

Wij streven op onze school actief naar de volgende omgangsvormen:

  1. Wij zijn aardig voor elkaar ook al hoef je niet met iedereen vrienden te zijn.
  2. We doen elkaar geen pijn, ook niet met woorden.
  3. We zijn ons bewust van de ander en houden rekening met zijn gevoelens.
  4. Als er iets gebeurt dat we niet willen, dan zeggen we dat.
  5. Als een ander laat merken dat hij iets niet wil, dan stoppen we.
  6. We zorgen ervoor dat iedereen prettig kan spelen en werken. Samenwerken en samen spelen hoort daarbij.
  7. Problemen lossen we samen op, zodat iedereen snel weer prettig kan spelen en werken. We helpen elkaar daarbij; hulp zoeken bij leerkracht of pauzewacht is geen klikken.
  8. We hebben respect voor de eigendommen van elkaar en pakken niets zonder het eerst te vragen.

Ter stimulering van het sociale klimaat op school hebben wij een vast programma.

In de 1ste t/m de 4de klas wordt aandacht besteed aan omgang met elkaar en de regels van school gegeven tijdens de periode- en de gymlessen. In de 5de klassen krijgen de kinderen handvatten aangeboden om om te gaan met ruzies in de vorm van mediation. In de 6de klassen kunnen kinderen dit zelf op het plein toepassen. Het no blame principe wordt hierbij toegepast. Drie leerkrachten van de school hebben de no blame cursus gevolgd.

De ouders wordt gevraagd een actieve bijdrage te leveren aan een veilig en sociaal schoolklimaat voor alle leerlingen. Zij kunnen dit op de volgende wijze doen:

Wanneer zij van hun zoon/dochter signalen ontvangen dat rond hen/haar zelf (of rond anderen) situaties ontstaan die het kind als bedreigend of niet respectvol ervaart, dan melden zij dit bij de klassenleerkracht. Die zal z.s.m. uitzoeken wat er aan de hand is en zo nodig maatregelen treffen. Zie ook “stappenplan bij pesten” hieronder. Wanneer ouders zelf getuige zijn van een ruzie of een bedreigende of niet respectvolle situatie, dan zullen zij dit direct melden bij de leerkracht die op dat moment verantwoordelijk is. Uiteraard kunnen zij wel hun eigen kind aanspreken, maar zij zijn terughoudend in het aanspreken van andermans kinderen. Ook van de leerkrachten wordt een actieve houding verwacht. Omdat pesten meestal op een verborgen manier gebeurt, is het nodig dat leerkrachten op signalen letten die op pesten kunnen duiden. Bijlage B, bij dit protocol geeft een overzicht van signalen, gedragingen binnen een groep die op pesten kunnen wijzen. 

De coördinator omgangsprotocol

Om een duidelijk aanspreekpersoon binnen de school te hebben is er een coördinator voor ons omgangsprotocol aangesteld; Irene Schluter (e-mail: i.schluter@devrijeschooldenhaag.nl). Deze heeft de volgende taken:

  1. Aanspreekpunt zijn voor leerkrachten, ouders en eventueel kinderen.
  2. Verantwoordelijk zijn voor de actualisering en de uitvoering van het omgangsbeleid van de school. Zij heeft de bevoegdheid leerkrachten hierop aan te spreken.
  3. Het bijhouden van relevante informatie over pesten en sociaal gedrag.
  4. Coördineren en organiseren van sociale vaardigheidstrainingen.

Ten slotte, zoals hierboven aangegeven, pestgedrag is nooit helemaal te voorkomen. Echter als het voorkomt is het zaak snel en accuraat op te treden. Wij hanteren daarbij de volgende stappen:

  1. Als een leerkracht, ouder of kind signaleert dat iemand zich niet houdt aan de afgesproken omgangsregels en het de betrokken kinderen niet lukt om dit zelf op te lossen, wordt dit gemeld bij de klassenleerkracht. De klassenleerkracht zoekt de melding altijd uit en heeft daartoe een gesprekje met de betrokkenen. Er kunnen samen met de kinderen afspraken gemaakt worden of oplossingen gezocht, of er kunnen andere pedagogische maatregelen genomen worden om herhaling te voorkomen. De coördinator omgangsprotocol kan eventueel om advies worden gevraagd.
  2. Als ouders of collega’s onverhoopt vinden dat ze te weinig gehoor krijgen bij de klassenleerkracht, kunnen ze altijd rechtstreeks contact opnemen met de coördinator omgangsprotocol.
  3. Komen er aangaande hetzelfde kind meerdere meldingen, of heeft de klassenleerkracht vragen ten aanzien van zelf waargenomen signalen, dan neemt hij/zij contact op met de coördinator omgangsprotocol en wordt er door de leerkracht, eventueel samen met de coördinator, een handelingsplan gemaakt om herhaling te voorkomen. Dit wordt opgenomen in het leerlingvolgsysteem (LVS). Daarbij wordt altijd een evaluatiedatum afgesproken en het plan en de evaluatie worden altijd teruggekoppeld naar de coördinator. Ook worden de ouders van de betrokken kinderen op de hoogte gesteld door de klassenleerkracht.
  4. Blijkt na de evaluatie dat het probleem nog niet is opgelost, dan wordt samen met de coördinator omgangsprotocol een plan ingezet rondom de betrokken kinderen. In dit stadium worden ook de ouders actief betrokken in het proces. Vanaf een leeftijd van ongeveer 9 jaar kan hierbij de no blame methode worden ingezet. Ook dit plan heeft een evaluatie datum.
  5. Als dit nog niet afdoende is zou er meer aan de hand kunnen zijn dan alleen een pestprobleem. De coördinator omgangsprotocol meldt het kind/de kinderen dan aan in de zorggroep. Hier kan dan extra hulp worden afgesproken en/of doorverwezen naar een specialist.